De goal van het jaar
Gepost op Friday 18 March 2005 door Bert De MeyerHoe mooi kan eenvoud zijn.
In dit voetbaltijdperk waarin men één van de simpelste spellekes die er zijn, moeilijk probeert te maken met allerhande roulatiesystemen, opstellingen, dekkingsgraden en looplijnen (om dan nog te zwijgen van het belang van psychologen, spelersvrouwen, douchetegelkleuren, maaihoogtes, studsaantallen, broekspijplengtes, winterstagetemperaturen, interviewtrainingen, sportwagentypes, arbiterfluitjesmerken, deklatvormen, bestuursorganigrammen) zou men haast vergeten waar het in voetbal vooral op aan komt.
“Men neme een bal en trappe deze in het doel.”
Gelukkig tonen de beste spelers ter wereld ons af en toe nog eens hoe eenvoudig het kan zijn.
In de champions-league confrontatie tussen Chelsea en Bar?a maakte Ronaldinho een hemelse treffer. De samba dansen om een klein gaatje te maken in de Londense afweergordel en plots weergaloos uithalen met de punt. Super.
En toch. Ik doe het Braziliaans supertalent tekort met over eenvoud te spreken want gepast uithalen en richten met ‘den tip’ is moeilijker dan het lijkt. Iedereen kan zijn grote teen tegen de bal plaatsen om te ontzetten, maar vanop afstand uithalen naar doel is niet evident.
De kunst bestaat er in om de bal met het stukje zool tussen de voorste studs en de punt van de schoen te raken, terwijl je een aaiende beweging over de bal maakt. Zo krijgt de bal een lichte curve mee. De combinatie van die curve, de snelheid van de bal en de beperkte tijd voor de keeper om te reageren (voorbereiding op het schot is korter dan bij een gewone trap) is dodelijk.
Ronaldinho staat voor zijn perfecte uitvoering van deze specialiteit dus met stip genoteerd voor “de goal van het jaar”
Maar laat ulder nie kennen gasten… Wie doet beter?
Ene Herman Brusselmans had het in ‘De Morgen’ in 1984 ook al over technische hoogstandjes…
“Na de clubs Vigor Hamme en Sporting Lokeren kwam een volgende topclub op de proppen: SK BERLARE. Overigens heb ik bij deze club mijn gloriejaren gekend. Ik herinner mij nog goed, bijvoorbeeld, die topmatch tegen Sombeke. Wie die match verloor kon fluiten naar de achtste plaats in de rangschikking.
De strijd was dus bitsig en hardleers maar ook gekruide nummertjes en boeiende balcirculaties waren van de partij.
Rond de 71 ste minuut kwam ik in het bezit van de bal. Veinzend dat ik net als iedereen verrast was struikelde ik over het leder, doch wist tijdens deze struikeling het ronde ding met mijn hiel nog zo’n trap te geven dat het spel in één ruk werd opengetrokken en onze libero de kans kreeg in de diepte te spurten (het plein van Sombeke helt af naar beneden). Schreeuwend om een dubbelpass klauterde ik recht en ontving de bal opnieuw bij de cornervlag, die ik met een onverwachte kopstoot in de linkerbovenhoek joeg, zij het niet de linkerbovenhoek van het doel maar die van de kantine. Hoe dan ook, het publiek werd zowat dolzinnig. Ik werd op de schouders getild en s’avonds deelde heel Berlare in de feeststemming. In café ‘t Blondjen kreeg ik als eregast 15 gratis pinten bier, in één keer uit te drinken en ook in één keer weer uit te kotsen, dit laatste bij voorkeur door de open deur tegen de ruiten van een tegenoverliggend pand. Kortom, een dag om nooit te vergeten!”


